Kerniel Sint Pantaleon Arnold Clerinx 1853Restauratie 1992 |
| Montre bas 8 | Montre sup. 8 |
| Salicional 8 | Bourdon 8 |
| Prestant 4 | Dolce 4 |
| Flute 4 | Cornet III |
| Doublette 2 | Trompette sup. 8 |
| Trompette 8 bas | Fourniture III |
| Soubasse 16 (ped) | Octave 8 (ped) |
Klavieromvang 56 t.
Pedaalomvang 13 t.
Stemming gelijkzwevend.
Winddruk: 78 mm Wk.

Detail vh. klavier, signatuur van de vroege Clerinx
De klank van dit instrument is goed bewaard omdat het na de demontage in 1966 uiteraard niet meer werd getransformeerd. De omvang van de restauratiewerken was in alle opzichten wel aanzienlijk.
Al het houtwerk in de kerk werd na de brand gezandstraald, ook het orgel en de balustrade. Op deze wijze werd het snijwerk onherstelbaar beschadigd. Hier werd enkel conserverend opgetreden, de kast werd gevernist teneinde ze reinigbaar te maken.
Al het grenenhout van houten pijpwerk, windlade en balgen werd afdoende behandeld, waar nodig verstevigd of in het ergste geval volledig vervangen. Dit was ondermeer het geval voor de dikkere windladescheien en bepaalde delen van de balgen.
De (gezandstraalde) registerplaatjes werden opnieuw beschilderd in oorpronkelijke kleurstelling.
Het klavier werd gereinigd en opnieuw bevilt, het beleg werd behouden. Het grootste werk betrof de windladen, door verregaande houtwormaantasting was volledige revisie nodig, grenen scheien werden vernieuwd maar alle eikenhouten delen bleven uiteraard behouden. Al het leder werd vervangen.

Pedaalopstelling in het atelier
Voorzichtig werd vanuit het oude toestand van het pijpwerk de juiste winddruk en het oorspronkelijke klankbeeld opgezocht. Dit pijpwerk was vooral beschadigd aan de bovenranden en in mindere mate aan de voetopeningen. Het resultaat is een opmerkelijk fris geluid, mede door de schitterende akoestiek van deze kerkruimte.
Dit instrument kan zeker model staan voor de vroege orgels van Arnold Clerinx.
Voor de jongere generaties in alle opzichten een leerschool en bovenal een inspirerend orgel!
